Interview met Sean Chambers (ConcertMonkey 2018)

INTERVIEW SEAN CHAMBERS – ZAAL THIJSSEN VLIERDEN
16 DECEMBER 2018 – Walter Vanheuckelom
Artist: Sean Chambers
Date: 16/12/2018
Venue: Zaal Thijssen
Place: Vlierden
 
Na het laatste concert van zijn eerste Europese tournee vond Sean Chambers nog tijd om ons even te woord te staan. Een paar minuten daarvoor had hij gans de Zaal Thijssen in vuur en vlam gezet met zijn geweldig goed concert. Samen met bassist Todd Cook, drummer Scott Phillips en toetsenist Rick Curran wist Sean Chambers tijdens zijn meer dan twee uur durende concert iedereen in de zaal te overtuigen van zijn kwaliteiten. De veelzijdige uitmuntende gitaarsolo’s van Sean waren niet te tellen en waren een lust voor het oor. Deze ex Hubert Sumlin bandleider en gitarist is een echte aanwinst voor onze Europese podia.

 

Hallo Sean,
Welkom in Europa. Hoe gaat het met je? Kan je in het kort aan onze lezers vertellen wie Sean Chambers eigenlijk is.
Hallo, dank jullie voor jullie tijd en voor het interview. Ik ben een Amerikaanse gitarist/zanger en songschrijver, die blij is dat hij eindelijk in Europa geraakt is. Theo en Martin Brouwers proberen me al drie jaar naar Europa te halen. Er kwam altijd iets tussen, maar de volhouder wint en hier zijn we dan. Muzikaal ben ik begonnen zoals veel andere jongens beginnen, namelijk bij een lokale band. Later heb ik mijn eigen band opgericht en in 1998 verscheen mijn debuutalbum ‘Strong Temptation’. In datzelfde jaar werd ik door Hubert Sumlin gevraagd om gitarist en bandleider bij hem te worden. Hubert had zelf geen band, hij was altijd gitarist geweest bij Howlin’ Wolf en werkte ook samen met Muddy Waters. Deze kans kon ik niet naast me neer leggen en zo heb ik mijn solo carrière een paar jaar on hold gezet. De volgende vier jaar was ik gitarist bij Hubert Sumlin en met Hubert ben ik op tournee geweest in het United Kingdom, Ierland en Japan. We speelden zelfs in Rory Gallaghers hometown Cork. Met Hubert heb ik ook overal in de USA gespeeld. Het was een voorrecht om met zo een geweldige man als Hubert Sumlin op te trekken. Ik heb veel van hem geleerd, zoals hoe je blues moet spelen en het leven op tournee. Hubert leerde me ook dat je elke avond, het beste van jezelf moest geven, zelfs als er maar twintig personen in de zaal zaten. Iedereen die naar een concert kwam had betaald en verdiende het om een uitstekend concert te krijgen. Hubert en ik maakten in die tijd ook een belofte aan elkaar, namelijk dat we blues zouden blijven spelen tot het echt niet meer ging.
Hoe ben je in contact gekomen met Hubert Sumlin?
Mijn toenmalige manager Steve Einzig, waarmee ik mijn twee eerste albums maakte, werd een tijdje nadat mijn debuutalbum ‘Strong Temptation’ verscheen ook manager van Hubert Sumlin. In die periode moesten we spelen op het Stock Festival in Memphis. In elke club in Beale Street speelde dan een band. Mijn band speelde in de Black Diamond, de club naast de BB King Club. Op een bepaald moment vroeg mijn manager Steve Einzig of we voor Hubert Sumlin wilden spelen want die had een band nodig. Natuurlijk wilden we dat en Hubert sprak met mijn manager af dat we een setlist van negentig minuten moesten repeteren, het speelde niet echt een rol welke songs. Dus wij repeteerden verschillende weken op Howlin’ Wolf en Hubert Sumlin songs. Toen we in Memphis aankwamen om aan het festival te beginnen moest ik met Steve Einzig mee naar de hotelkamer van Hubert, om ons aan elkaar voor te stellen. Ik was bloednerveus want we hadden elkaar nog nooit ontmoet. Toen Hubert de deur van zijn hotelkamer opende zag ik een vriendelijke man die me dadelijk op mijn gemak stelde. Ik wilde hem de setlist laten zien die we geoefend hadden, maar dat was zelfs niet nodig. Hij zei dat het enige wat belangrijk was er voor te zorgen dat wij en het publiek plezier hadden tijdens het concert. Hij zei ook dat het niet zo belangrijk was als er een fout gespeeld werd, gewoon doorgaan en plezier beleven aan het concert. Hubert kon je zo op je gemak stellen zodat ik en mijn band geen zenuwen meer hadden toen we het podium op moesten. Na het concert was Hubert zo tevreden dat hij mij en mijn band vroeg om zijn vaste band te worden.
Ik wist dat jij gitarist en bandleider bij hem was, maar ik wist niet dat jouw volledige band mocht spelen bij Hubert.
Jawel, mijn band werd zijn band.
Je bent nu voor de eerste eerste keer op tournee in Europa voor een tournee met negen optredens. Je was in Oostenrijk, Tjsechië, Duitsland, Slovakije, Frankrijk en België. Vandaag in Nederland is het je laatste concert. Hoe verliep de kennismaking met Europa en is er een verschil tussen het publiek in de USA en Europa?
Er is een groot verschil tussen het publiek in Europa en in de States. Ik heb duidelijk het gevoel dat het publiek hier de muzikanten en de muziek meer appreciëren dan in mijn land. In mijn land zijn de mensen misschien wel verwend op dat gebied. Er zijn zoveel goede bands en muzikanten, dat het niet vlug als iets speciaal wordt ervaren als je als band op het podium staat. Hier in Europa is het publiek veel enthousiaster en ze luisteren ook naar de muziek. In de Verenigde Staten wordt er dikwijls gegeten terwijl de bands aan het spelen zijn of is het publiek met hun smartphones bezig. Een concert is meer een sociaal gebeuren in de USA. Hier komen de mensen naar een concert om naar de muziek te luisteren en ze appreciëren ook meer wat de muzikanten doen op het podium en daar hou ik wel van. Ik hou een erg goed gevoel over aan de negen concerten in Europa en hoop dat ik in de nabije toekomst mag terugkomen voor een reeks nieuwe concerten in clubs of festivals. Deze Europese tournee was een geweldige ervaring. We hadden wat tegenslagen, zo blies ik mijn versterker op en kregen we een grote panne aan onze tourbus. Dit kon niet dadelijk gerepareerd worden en we vonden niet dadelijk een wagen die even groot was. De enige oplossing was wat materiaal achterlaten in Frankrijk. Zo moest Scott Phillips de concerten in België en hier in Vlierden afwerken met alleen zijn basdrum, snaredrum, hihat en een paar cymbalen. Ook de Leslie voor de keyboards moesten we in Frankrijk achterlaten.
Op welke leeftijd leerde je gitaar spelen en vanaf welke leeftijd wist je dat de gitaar jouw instrument was?
Ik kreeg mijn eerste gitaar van mijn ouders toen ik elf jaar was. Ze betaalden bovendien vier lessen om gitaar te leren spelen. Ik moest hen wel beloven dat ik die vier lessen wilde volgen en dat ik regelmatig wilde oefenen. In die tijd luisterde ik zoals al mijn vrienden naar rockmuziek van Led Zeppelin, ZZ Top en soortgelijke bands. Dus wilde ik dat soort gitaar leren spelen. Toen ik naar de eerste les ging was mijn ontgoocheling groot want daar leerde men liedjes spelen zoals ‘Michael Row The Boat Ashore’ en dat was natuurlijk niet de muziek die ik wilde leren. Omdat ik mijn moeder beloofd had dat ik zou oefenen op de gitaar en zij niets hoorde, pushte zij mij constant. Omdat zij zo bleef aandringen probeerde ik op mijn gehoor nummers na te spelen die ik wel graag hoorde en na drie weken lukte me dat vrij aardig. En vanaf dat moment ging het steeds maar beter en beter.
Een Fender Stratocaster is jouw favoriete gitaar. Was dat al vanaf het prille begin en wat maakt de Fender Stratocaster zo speciaal voor u?
Ik heb altijd van de Fender Stratocaster gehouden, maar ook van de Gibson Les Paul. Verscheidene van mijn favoriete gitaristen spelen op een Gibson en zelf heb ik er ook wel een paar. Om de één of andere reden grijp ik toch steeds terug naar de Fender Stratocaster. De Strat waar ik nu mee speel heb ik gekregen van een goede vriend, die ondertussen gestorven is. Het is een goedkopere Stratocaster, ik denk een Mexicaanse. In het begin dat ik ze had klonk ze niet erg goed en daardoor bleef ze verscheidene jaren in mijn kamer staan. Op een bepaald moment besloot ik er Lindy Fralin pickups op te zetten zodat ik een andere sound zou verkrijgen. Het resultaat was verbluffend en sindsdien is die Strat één van mijn lievelingsgitaren.
Ik las ergens dat je de blues en bluesrock pas ontdekt hebt op zestienjarige leeftijd toen je ‘Red House’ van Jimi Hendrix hoorde. Naar welke muziek luisterde je voor die periode en welk effect had ‘Red House’ op u?
Zoals al mijn vrienden luisterde ik naar rock muziek, één van die vrienden was een paar jaar ouder dan ik had juist zijn rijbewijs behaald en had een groene Ford Pinto. Op een bepaald moment vroeg hij of ik geen zin had om een eindje met hem rond te rijden. In die tijd waren er nog cassetterecorders in de auto’s en hij stak een cassette in en daar stond ‘Red House’ van Jimi Hendrix op. Ik wist niet wat ik hoorde, want ik had nog nooit dat soort muziek gehoord en ik had nog nooit iemand zo gitaar horen spelen als Jimi. Ik had meteen kippenvel op mijn armen toen ik Jimi ‘Red House hoorde spelen en ik wist meteen dat dit het soort muziek was dat ik wilde spelen. Ik vroeg aan mijn vriend wie die geweldige gitarist was en toen ik dat wist ging ik zijn muziek opzoeken en probeerde zijn muziek en zijn gitaar riffs na te spelen. Later ging ik dan ook naar muziek van andere blues gitaristen zoals Freddie King, Johnny Winter en Stevie Ray Vaughan luisteren. Nog wat later volgde Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Lightning Hopkins enz.. Vanaf dat moment beheerste de blues en de bluesrock mijn leven.
In het begin van je carrière speelde je in je eigen opgerichte band, waarin jullie bijna uitsluitend songs van Stevie Ray Vaughan speelden. Waren jullie een echte tribute band?
Mijn eerste band heette Code Blue en Code Blue betekent in Amerikaanse hospitalen het alarmsignaal. Met Code Blue speelde we wel veel materiaal van Stevie Ray Vaughan, maar we speelden ook materiaal van Albert King, ZZ Top en Gary Moore. Stevie Ray Vaughan stierf op 27 augustus 1990 en er was er een club in Tampa, waar we regelmatig speelden en die wilden dat we op 27 augustus 1991, juist een jaar na Stevie zijn dood wilde optreden met alleen Stevie Ray Vaughan songs. Dit als eerbetoon aan deze geweldige gitarist. Ze wilden ook dat we gekleed waren zoals Stevie Ray Vaughan en zijn band. We hadden daar niet zoveel zin in omdat we onze eigen muziek wilden spelen. Maar die mensen wisten ons toch te overtuigen omdat er zo heel wat geld kon ingezameld worden voor de Stevie Ray Vaughan Memorial Foundation, waar al het geld naartoe zou gaan. We hebben dat een paar jaar gedaan, maar we wilden geen copy zijn van een overleden blues legende, we wilden ons eigen muziek spelen.
Nu je over blueslegendes spreekt, je hebt in je gitaarspel, je stem en je uiterlijk wel wat van Gary Moore. Vooral in de tragere nummers valt de gelijkenis op wat het gitaarwerk betreft.
Dank je dat is een groot compliment. Dat mijn stem wat op die van Gary Moore lijkt heb ik nogal gehoord. Wat het gitaarwerk betreft zou ik willen dat ik zo goed kon spelen als Gary.
Vreemd is dat in 1998, het jaar dat je gitarist werd bij Sumlin, ook je debuutalbum ‘Strong Temptation’ verscheen. Heb je dat album voldoende kunnen promoten als gitarist bij Hubert Sumlin?
Misschien niet. Het album verscheen in het begin van het jaar en we waren eigenlijk net bezig om het album te promoten toen we de kans kregen om bij Hubert te gaan spelen. Eens bij Hubert was er nog weinig tijd over om het album te promoten. Bij onze eerste ontmoeting vertelde Hubert Sumlin me dat hij het album ‘Strong Temptation’ kende, dat hij het al regelmatig beluisterd had en dat hij het een geweldig album vond.
Mag ik zeggen dat je eigenlijke solo carrière eigenlijk begon met het album ‘Ten Til Midnight’ uit 2009? Dat schitterende album kreeg overal lovende recensies. Wat veranderde er voor jou na dit album?
Ja, ik denk wel dat je het zo mag stellen. Na ‘Ten Til Midnight’ veranderde alles toch wel en konden we op betere en grotere locaties spelen.
Nadien maakte je nog enkele schitterende albums zoals het album ‘Live From The Long Island Warehouse’ dat door het Canadese Blues Underground Network verkozen werd tot beste live album van 2011. Ook in Europa kreeg het album de nodige aandacht want het Duitse magazine Wasser Prawda plaatste het album bij de drie beste live albums van 2011. Waren er toen al plannen om naar Europa te komen?
Ik probeer al jaren naar Europa te komen. ‘Live From The Long Island Warehouse’ en ook het vorige album verkochten goed in Europa. Ik kreeg ook regelmatig berichten van mensen die vroegen wanneer ik naar Europa zou komen. Diep in mijn hart had ik het gevoel dat ik het zou kunnen maken in Europa, maar we hadden geen manager die ons naar hier kon brengen. Niemand die de muziekbusiness hier kende. Gelukkig kwam ik Theo en Martin Brouwers tegen, die in mij geloofden en mij toch wisten te overtuigen om naar Europa te komen. Daarna was het nog een zoektocht naar een manager en die vonden we in Ray Bodenstein. Ik ben gelukkig en dankbaar dat het eindelijk gelukt is om voor mijn Europese fans te mogen spelen.
In 2017 verscheen het schitterende album ‘Trouble & Whiskey’ en op 19 oktober van dit jaar verscheen de al even sterke opvolger ‘Welcome to My Blues’. Voor deze twee albums werkte je samen met producer Ben Elliott, die al samenwerkte met Eric Clapton, Bily Gibbons en Keith Richards. Ben je tevreden over de samenwerking met Ben en welke meerwaarde voegt hij toe aan je muziek?
Ben Elliott heeft bijzonder goede oren, maar ik  zal je eerst een leuk verhaal vertellen. Juist voordat ik stopte bij Hubert Sumlin, speelde mee ik op twee songs van zijn album ‘About Them Shoes’ een tribute aan Muddy Waters. Mick Jagger, Keith Richards, Eric Clapton, Levon Helm en nog vele andere groten uit de muziekwereld speelden mee op dat album. Het werd opgenomen in de American Showplace Studio met Ben Elliott als producer in het begin van deze eeuw. Een paar jaar geleden tekende ik een platencontract bij American Showplace Music en stond ik na zoveel jaren terug in dezelfde studio en met dezelfde producer als toen.
Zijn jullie dan altijd in contact gebleven?
Nee, nee, nee, mijn radiopromotor Rick Lusher is bevriend met Ben Elliott. Rick zei me op een bepaald moment dat hij iemand kende die wel interesse had in mijn muziek en met mij wilde samen werken aan een nieuw album. Toen ik hoorde dat het Ben Elliott was, heb ik dadelijk ja gezegd. Ik had het gevoel dat de cirkel rond was. Nu verder over Ben. Buiten heel goede oren weet hij heel goed hoe een gitaar moet klinken. Hij steekt ook veel tijd in het juist zetten van de versterker, de microfoon enz. Hij is een perfectionist en blijft herhalen en proberen tot hij helemaal tevreden is. Hij is de persoon die het beste uit elke muzikant kan naar boven halen. Hij weet ook hoe hij een gitaaralbum moet mixen en bovendien voelen Ben en ik elkaar erg goed aan in de studio en dat is ook heel belangrijk. Ik hoop om nog een paar albums samen met hem te mogen maken. Ben heeft een heel groot aandeel in de sound en het succes van ‘Trouble & Whiskey’ en ‘Welcome To My Blues’.
Hoe noem jijzelf de stijl van muziek die je speelt?
Een mix van blues en bluesrock.
Laat ons het hebben over je nieuwe album ‘Welcome To My Blues’, dat een goede mix is van verschroeiende bluesrockers met zinderend en vingervlug snarenwerk en intense slowblues nummers met gevoelvol snarenwerk. Als je een keuze moet maken als gitarist, naar welke van de twee stijlen gaat je voorkeur dan uit?
Als ik eerlijk moet zijn speel ik liever slowblues nummers als ‘In The Wintertime’, ‘Trouble & Whiskey’ en ‘Cherry Red Wine’. In het begin speelde ik veel meer energieke bluesrockers met snel en verschroeiend gitaarwerk. Wie naar mijn concerten komt merkt ook dat er veel uptempo songs op de setlist staan. Maar als muzikant groei je en maak je progressie en ik merk hoe langer hoe meer dat ik meer naar de slowblues ga met melodieus gevoelvol gitaarwerk. In dat intens snarenspel kan ik heel mijn hart en ziel kwijt en ik zie mij dan ook meer en meer naar dat soort muziek evolueren.
Goede voorbeelden op je nieuwe album ‘Welcome To The blues’ zijn de prachtige slowblues ‘Keep Movin’ On’ en ‘Cherry Red Wine’ een cover van de Luther Allison klassieker . Ik kreeg dadelijk kippenvel van je sublieme gitaar spel op beide nummers. Waarom koos je voor deze Luther Allison cover?
Ik koos voor deze song omdat ik erg veel van de muziek van Luther Allison hou en omdat ik nog een slowblues nodig had op mijn album. Ik wilde ‘Cherry Red Wine’ al een hele tijd spelen tijdens mijn concerten. Toen ik daarover sprak in de studio was iedereen akkoord om het op te nemen en nu ben ik erg blij dat we dat gedaan hebben, want het is echt een top song.
Je gebruikt ook weinig effectpedalen op je albums en tijdens je concerten. Is daar een reden voor en welke pedalen gebruikte je vandaag?
Soms zijn ze nodig, maar er wordt ook vaak mee overdreven. Deze namiddag gebruikte ik een Boss Tuner pedaal, een Boss Overdrive pedaal dat ik gebruikte als boost pedaal tijdens mijn gitaarsolo’s en een oude Boss Chorus pedaal om een gitaar Leslie te simuleren.
We hadden nog uren kunnen praten met deze erg vriendelijke en gezellige muzikant, maar men was al twee keren komen zeggen dat het eten klaar was. Sean wilde gerust verder praten en zei dat het eten wel zou wachten op hem, maar we besloten om toch maar te stoppen zodat Sean Chambers zijn voorlopig laatste warme maaltijd op Europese bodem kon gaan verorberen. We wensen hem, zijn vrouw en zijn muzikanten nog een veilige vlucht terug naar de USA en we hopen hem snel terug te zien want Sean Chambers is zonder twijfel een aanwinst voor onze Europese bluesclubs en festivals.
Interview : Walter Vanheuckelom
 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.